De Vrachelse heide is een voormalig heide- en stuifzandgebied in de gemeente Oosterhout in de provincie Noord-Brabant. Het ligt tussen Teteringen en het stadsdeel Breda Noord achter de nieuw te bouwen wijk Waterdonken. Het is tegenwoordig grotendeels beplant met Grove den.
Geschiedenis:
Het gebied is vernoemd naar de nabijgelegen buurtschap Vrachelen.
Bewoning was hier al vroeg aanwezig. Vanaf het Laat-Neolithicum zijn sporen van menselijke aanwezigheid gevonden, vooral in de nabijgelegen Houtse Akkers, met de kern Den Hout.
Heidevorming vond plaats vanaf ongeveer het jaar 1000, toen de bevolking toenam en de woeste gronden nodig waren voor bemesting volgens het potstalprincipe. Later waren meer ontginningen nodig.
In de 16e en 17e eeuw werd de heide zozeer benut dat hier en daar de begroeiing verdween en stuifzanden ontstonden. Geleidelijk aan begon men met herbebossing, voor de Vrachelse Heide zal dit vanaf de eerste helft van de 19e eeuw hebben plaatsgevonden.
Geschiedenis:
In 1905 werd het Markkanaal gegraven hetgeen voor een aanmerkelijke verlaging van de grondwaterstand zorgde. Met name het met Den Hout verbonden Vrachelen werd afgesneden van het gebied.
Toen in 1923 ook het Wilhelminakanaal gereed kwam werd de Vrachelse heide minder goed bereikbaar. De boeren verkochten hun grond wat leidde tot het huidige gebruik.
Huidige situatie:
De Vrachelse heide wordt omsloten door het Markkanaal, het Wilhelminakanaal, de verkeersweg tussen Breda en Oosterhout en een buffergebied van landbouwgrond die het scheidt van de noordelijke rand van Breda en van de kom van Teteringen. Naar het westen toe zijn nog forten en versterkingen van de voormalige Linie van de Munnikenhof te vinden.
Natuur:
Het gebied bestaat overwegend uit naaldbos met hier en daar resten heide- en stuifzandgebied. Alleen het oostelijk deel heeft zijn oorspronkelijk reliëf goed bewaard. Daar is ook meer gemengd bos te vinden en is eikenstruweel aanwezig.
Dit is vroeger door boeren aangeplant om het stuifzand te beteugelen en ten behoeve van geriefhout. Dit bevindt zich op de hoogste stuifzandruggen. Er komen een aantal min of meer zeldzame planten- en diersoorten voor zoals grasklokje, heidespurrie, rode bosmier, mierenleeuw, bruin zandoogje, groene specht, zwarte specht, sperwer, boomvalk, havik, steenuil, ransuil, gekraagde roodstaart en bonte vliegenvanger.